ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6407
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen uitsluiting spaarloonregeling voor dga en partner
Belanghebbende X B.V., enig aandeelhouder van A BV, voerde een spaarloonregeling voor haar twee werknemers, de dga en diens echtgenote. De inspecteur legde naheffingsaanslagen loonbelasting op omdat deze regeling uitgesloten werd op grond van artikel 23 van Pro de Uitvoeringsregeling werknemers-spaarregelingen en winstdelingsregelingen (URWW).
Belanghebbende stelde dat ook de werknemers van haar dochtervennootschap, die een gelijkluidende regeling had, in de beoordeling betrokken moesten worden, en dat sprake was van één gezamenlijke regeling binnen het concern. Het hof verwierp dit, stellende dat een werknemersspaarregeling per inhoudingsplichtige moet worden beoordeeld en dat de regeling niet kan worden samengevoegd met die van een dochtervennootschap.
Verder stelde belanghebbende dat artikel 23 URWW Pro onverbindend was en een ongeoorloofd onderscheid maakte tussen situaties met alleen de dga en partner als werknemers versus situaties met meerdere werknemers. Het hof oordeelde dat de ministeriële regeling binnen de bevoegdheid viel en dat het onderscheid gerechtvaardigd was vanwege uitvoerbaarheid.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden. De uitspraak werd op 5 maart 2003 mondeling uitgesproken door het lid van de belastingkamer Van de Merwe.
Uitkomst: Het beroep van X B.V. tegen de naheffingsaanslagen loonbelasting wordt ongegrond verklaard.