ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6356
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Goes
- Emmerig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar bestemmingsheffing wegens niet-betaling
Belanghebbende, een vleesvarkenshouder met 4 hectare grasland, maakte bezwaar tegen de bestemmingsheffing en verfijnde mineralenheffingen over 1998. De bestemmingsheffing bedroeg f 400, terwijl hij aangaf geen fosfaat- en stikstofheffing verschuldigd te zijn.
De inspecteur verklaarde het bezwaar tegen de verfijnde mineralenheffingen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van betaling en het ontbreken van een uitstelverzoek. Voor de bestemmingsheffing werd het bezwaar ongegrond verklaard, hoewel de inspecteur beleidsmatig afzag van niet-ontvankelijkheid wegens niet-betaling.
Het Hof oordeelt dat op grond van artikel 24 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) bezwaar niet openstaat tegen een aangifte zonder betaling. Omdat belanghebbende geen betaling heeft verricht en geen uitstel heeft gevraagd, is het bezwaar tegen de bestemmingsheffing niet-ontvankelijk. De bestreden uitspraak wordt vernietigd en belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Ook het bezwaar tegen de verfijnde mineralenheffingen wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen voor bezwaar vatbare beschikking is genomen en geen betaling heeft plaatsgevonden. Het Hof wijst erop dat proceseconomische redenen geen inbreuk mogen maken op het wettelijke systeem.
De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €115 en het betaalde griffierecht van €27,23 wordt aan belanghebbende terugbetaald.
Uitkomst: Belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen de bestemmingsheffing wegens het ontbreken van betaling.