ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6350
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bijl
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen navorderingsaanslag zonder recht op proceskostenvergoeding
Belanghebbende, ondernemer in een maatschap met zijn broers, kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor 1994 opgelegd na een boekenonderzoek. Zowel belanghebbende als zijn broer tekenden bezwaar aan. Om procedurele efficiëntie werd slechts één beroepsprocedure gevoerd, ten name van de broer.
In de aangifte had de gemachtigde van belanghebbende verzocht om de dotatie aan de fiscale oudedagsreserve niet mee te nemen, waardoor deze niet in de bezwaaruitspraak werd verwerkt. Tijdens de beroepsprocedure werd alsnog verzocht om de dotatie van ƒ 4.392 toe te staan, waarop de inspecteur akkoord ging. Het Hof stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 29.147.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht had op proceskostenvergoeding. Het Hof oordeelde dat belanghebbende de dotatie reeds bij de aangifte of in de bezwaarfase had moeten claimen. Omdat dit niet gebeurde en het beroep zich redelijkerwijs niet op deze dotatie richtte, waren er geen proceskosten die vergoed behoefden te worden. De inspecteur kon geen verwijt worden gemaakt omdat hij de keuze van belanghebbende volgde.
Het Hof concludeerde dat bijzondere omstandigheden ontbraken die een proceskostenvergoeding rechtvaardigen. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd, maar proceskostenvergoeding werd geweigerd.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en aanslag verminderd, maar proceskostenvergoeding geweigerd.