ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5970
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar inzake onroerende-zaakbelasting 1998
Op 1 januari 1998 waren X en Y gezamenlijk eigenaar van een onroerende zaak. Aan Y werd een aanslag onroerende-zaakbelasting (ozb) voor het jaar 1998 opgelegd. X diende op grond van artikel 253, vierde lid, van de Gemeentewet een bezwaarschrift in tegen deze aanslag. Verweerder deed echter geen tijdige uitspraak op dit bezwaarschrift, terwijl wel een uitspraak op bezwaar aan Y was gedaan, waarbij Y niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding.
X diende vervolgens een beroepschrift in tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Het hof oordeelde dat het beroep gegrond was voor zover het gericht was tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar, maar ongegrond voor zover het de aanslag zelf betrof. Tevens werd de gemeente Amsterdam gelast het betaalde griffierecht aan X te vergoeden.
De uitspraak benadrukt de toepasselijkheid van artikel 253 van Pro de Gemeentewet, dat toelaat dat een mede-eigenaar bezwaar kan maken tegen een aanslag die aan een andere mede-eigenaar is opgelegd. Daarnaast werd vastgesteld dat de aanmaningskosten aan Y vervallen vanwege het uitstelbeleid en het ingediende bezwaar. Proceskosten werden niet toegewezen omdat X daar geen aanspraak op maakte.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar en de gemeente is veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.