ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5350
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Verspyck Mijnssen
- Scholten
- De Winter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling
De veroordeelde werd bij vonnis van 5 december 2000 veroordeeld wegens deelname aan een criminele organisatie, medeplegen van oplichting en valsheid in geschrifte. Vervolgens vorderde het openbaar ministerie ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De raadsman van de veroordeelde stelde dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was wegens overschrijding van de redelijke termijn van onderzoek en dat het vonnis in de hoofdzaak niet rechtsgeldig was betekend. Het hof verwierp deze bezwaren, onder meer omdat de termijn voor het aanhangig maken van de ontnemingsvordering niet was overschreden en de raadsman op de hoogte was van het vonnis.
Het hof bevestigde de verplichting van de veroordeelde tot betaling van het ontnomen bedrag, zoals vastgesteld door de rechtbank, en oordeelde dat een ontnemingsvordering ook kan worden ingesteld voordat het vonnis onherroepelijk is geworden. Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsvordering en verplicht de veroordeelde tot betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.