ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5111
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Vermindering bouwleges voor verbouwing monumentale boerderij wegens onjuiste kostenberekening
Belanghebbende, een bouwondernemer, vroeg een bouwvergunning aan voor de verbouwing van een monumentale boerderij. De bouwkosten werden in de aanvraag begroot op ƒ 390.000 exclusief BTW. Verweerder stelde de bouwleges vast op basis van een hogere raming van ƒ 1.011.637 inclusief BTW, met een aftrek van 22% voor het monumentale gedeelte. Belanghebbende betwistte deze berekening en stelde dat het monumentale deel een groter percentage beslaat en dat de bouwkosten onjuist waren ingeschat.
Het Hof oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de bouwkosten onverbrekelijk met elkaar verbonden waren, waardoor splitsing in vergunningplichtig en niet-vergunningplichtig deel onmogelijk zou zijn. Het Hof ging daarom uit van het bedrag in de aanvraag. Daarnaast vond het Hof dat belanghebbende onvoldoende had onderbouwd dat het monumentale gedeelte meer dan 22% van de bouwkosten beslaat, zodat het percentage van 22% werd aangehouden.
De berekening van de bouwleges door verweerder was volgens het Hof onjuist toegepast. Na correctie werd de bouwleges vastgesteld op ƒ 5.325. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, en legde verweerder op de leges te verminderen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bouwleges worden verminderd tot ƒ 5.325.