ECLI:NL:GHAMS:2003:AF4504
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Wiewel
- Verspyck Mijnssen
- De Winter
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens grove veronachtzaming bij rechtshulpverzoek en nietigheid tenlastelegging in witwaszaak Mississippi-subrekeningen
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor betrokkenheid bij witwassen via de Mississippi-subrekeningen en deelneming aan een criminele organisatie. Het hof onderzocht de rechtmatigheid van het Zwitserse rechtshulpverzoek dat mede leidde tot de vervolging.
Het hof stelde vast dat het rechtshulpverzoek onzorgvuldig was opgesteld en vertaald, waardoor Zwitserse autoriteiten een bredere interpretatie aannamen dan bedoeld, met name een verband met drugsgelden. Dit leidde tot een grove schending van het recht van verdachte op een eerlijk proces. Hierdoor verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor het eerste feit en voor het onderdeel 'heling' van het tweede feit.
Daarnaast oordeelde het hof dat de tenlastelegging te algemeen was geformuleerd, waardoor verdachte niet duidelijk kon weten waartegen hij zich moest verdedigen. Dit gebrek was onherstelbaar, waardoor het hof de tenlastelegging voor het overige deel van feit 2 nietig verklaarde. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk en verklaart delen van de tenlastelegging nietig wegens schending van het recht op een eerlijk proces.