ECLI:NL:GHAMS:2003:AF4496
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hilten
- Beukers-Van Dooren
- Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Waarde bepaling hotel-woonpand bij onttrekking aan ondernemingsvermogen
Belanghebbende exploiteerde een café-restaurant in een pand dat tot zijn ondernemingsvermogen behoorde. Hij wilde zijn onderneming inbrengen in een besloten vennootschap (BV) en voerde discussie over de juiste datum en waarde van onttrekking van het pand uit het ondernemingsvermogen.
De minnelijke taxatie van het pand bedroeg ƒ 1.150.000 per 4 juli 1995, met ƒ 300.000 toegerekend aan de bovenwoning. De BV werd opgericht op 25 juni 1996, waarna het pand op 18 september 1996 werd verkocht voor ƒ 1.672.500. Belanghebbende stelde dat de onttrekking plaatsvond per 1 januari 1996 tegen een waarde van ƒ 1.150.000 vermeerderd met waardestijging en verminderd met waardedruk door zelfbewoning.
De inspecteur stelde dat de onttrekking plaatsvond bij oprichting van de BV op 25 juni 1996 en dat de waarde gelijk was aan de verkoopprijs minus waardedruk. Het Hof oordeelde dat de onttrekking plaatsvond per 1 januari 1996 en schatte de waarde van het pand op die datum op ƒ 1.400.000, verminderd met ƒ 125.000 waardedruk, resulterend in ƒ 1.275.000.
De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten. Het Hof wees tevens op de mogelijkheid van cassatieberoep bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof stelt de waarde van het hotel-woonpand bij onttrekking op 1 januari 1996 vast op ƒ 1.275.000 en vermindert de aanslag dienovereenkomstig.