ECLI:NL:GHAMS:2003:AF4296
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Jonk
- Rechtspraak.nl
Matiging verzuimboete wegens te late belastingaangifte na emotionele problemen
Belanghebbende diende haar aangifte inkomstenbelasting over 2000 te laat in, wat leidde tot een verzuimboete van €2.500. Dit was het vijfde verzuim in een reeks, maar de inspecteur stelde dat het verzuim over 1998 niet meetelt, waardoor het een vierde verzuim betreft. Belanghebbende voerde psychische problemen aan als reden voor het verzuim, onderbouwd met een brief mede ondertekend door haar huisarts.
Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de te late indiening niet aan haar te verwijten is, waardoor de boete terecht is opgelegd. De brief over de emotionele mishandeling en psychotrauma is onvoldoende om afwezigheid van alle schuld aan te tonen. Wel acht het Hof omstandigheden aanwezig die matiging van de boete rechtvaardigen, omdat de opeenvolgende boetes in voorgaande jaren steeds lager waren en de maximale boete nu een onevenredig effect heeft.
Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak en vermindert de boete naar €875, de helft van het genormeerde bedrag voor een vierde verzuim. Tevens veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelast de Staat het griffierecht te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De verzuimboete wordt gematigd van €2.500 naar €875 wegens bijzondere omstandigheden.