ECLI:NL:GHAMS:2003:AF3225
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete derde verzuim ondanks latere boeteoplegging eerdere verzuimen
Belanghebbende werd beboet voor het niet tijdig indienen van zijn aangifte inkomstenbelasting over 2000, waarbij de inspecteur dit als een derde verzuim kwalificeerde. De eerdere verzuimen over 1998 en 1999 waren ook beboet, maar de boetes daarvoor werden pas na het derde verzuim opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat hij niet voor een derde verzuim mocht worden beboet omdat hij bij het begaan van het derde verzuim nog niet was beboet voor de eerdere verzuimen. Het hof oordeelde echter dat het van belang is dat belanghebbende bij het derde verzuim bekend was met zijn eerdere verzuimen, zoals blijkt uit de aanmaningen.
Het hof stelde dat de inspecteur de boetes over de voorafgaande jaren weliswaar opvolgend moet aankondigen en opleggen, maar dat het niet vereist is dat deze boetes zijn opgelegd vóór het opvolgende verzuim. De verzuimboete voor het derde verzuim werd daarom gehandhaafd. Ook werd geen aanleiding gezien tot matiging van de boete.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de verzuimboete voor het derde verzuim wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.