ECLI:NL:GHAMS:2003:AF2675
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Van Kuijck
- Van den Heuvel
- Besier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring vordering tot inbewaringstelling wegens nieuwe verdenking
Verdachte werd aanvankelijk in bewaring gesteld voor heling en later geschorst. Na overtreding van schorsingsvoorwaarden volgde aanhouding en voorlopige hechtenis. Een DNA-onderzoek leidde tot opheffing van de voorlopige hechtenis voor heling, maar bracht nieuwe ernstige bezwaren aan het licht voor woninginbraak.
De officier van justitie vorderde opnieuw inbewaringstelling, maar de rechter-commissaris verklaarde deze niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe feiten zouden zijn en verdachte reeds eerder was voorgeleid voor hetzelfde feit.
Het hof oordeelde dat de DNA-uitslag wel degelijk nieuwe bezwaren opleverde, maar dat toewijzing van de vordering niet opportuun was vanwege belangenafweging tussen samenleving en verdachte, en vanwege het risico op overschrijding van de maximale duur van voorlopige hechtenis.
Daarom bevestigde het hof de niet-ontvankelijkverklaring met verbetering van gronden.
Uitkomst: De vordering tot inbewaringstelling van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en de voorlopige hechtenis opgeheven.