ECLI:NL:GHAMS:2002:AQ6518
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Onregelmatige invoer van een ring uit Zwitserland leidt tot navordering douanerechten en omzetbelasting
Belanghebbende reisde op 19 maart 2000 vanuit Zwitserland naar Nederland en bracht een witte gouden ring mee die niet bij de douane was aangegeven. De Douanekamer stelde vast dat de ring nieuw was en zich aan de vinger van belanghebbende bevond, maar onregelmatig in het douanegebied van de Europese Gemeenschap was binnengebracht. Hierdoor ontstond een douaneschuld en een schuld aan omzetbelasting.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de ring eigendom was van haar echtgenoot en dat zij een kort verblijf in een entrepot wilde regelen, maar dit was niet kenbaar gemaakt bij de controle. Ook werd de hoogte van de douanewaarde betwist. De Douanekamer verwierp deze bezwaren en oordeelde dat de waarde juist was vastgesteld op basis van de uitvoeraangifte bij de Zwitserse douane.
Verder werd het beroep aanvankelijk bij de verkeerde instantie ingediend, maar de Douanekamer achtte het beroep alsnog ontvankelijk omdat het beroepschrift niet tijdig was doorgezonden. De klacht over het gebruik van het woord 'vergissing' in de navordering werd eveneens verworpen. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navordering van douanerechten en omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.