ECLI:NL:GHAMS:2002:AQ3471
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Onregelmatige invoer van ring uit Zwitserland en heffing omzetbelasting
Belanghebbende reisde op 19 maart 2000 vanuit Zwitserland naar Nederland en bracht een ring mee die niet bij de douane werd aangegeven. De ring was nieuw en afkomstig uit Zwitserland, buiten de Europese Gemeenschap. De Douanekamer stelde vast dat de ring onregelmatig in het douanegebied was binnengebracht, waardoor omzetbelasting verschuldigd werd op grond van artikel 18 Wet Pro op de omzetbelasting 1968.
Belanghebbende betwistte de hoogte van de douanewaarde en de procesgang, maar kon geen bewijs leveren voor een lagere waarde. De inspecteur had tijdig uitspraak gedaan op het bezwaar en de Douanekamer oordeelde dat het beroep ontvankelijk was ondanks dat het aanvankelijk bij de verkeerde instantie was ingediend. De Douanekamer vond geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde douanewaarde gebaseerd op de uitvoeraangifte bij de Zwitserse douane.
De Douanekamer concludeerde dat de omzetbelasting terecht was geheven en dat belanghebbende niet in haar procesbelangen was geschaad door het late inzien van de 'Rückmeldung'. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing van omzetbelasting over de ring wordt ongegrond verklaard.