ECLI:NL:GHAMS:2002:AQ1158
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- J.J.A.M. Kennis
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over tariefindeling van roompoeder bij douane
Belanghebbende, D B.V., maakte bezwaar tegen de indeling van een zending roompoeder in het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT) onder post 0402 2199 in plaats van de door haar opgegeven post 1901 9099. De douane voerde laboratoriumonderzoek uit waaruit bleek dat geen melkvreemde vetten aanwezig waren, terwijl een extern instituut (I) plantaardige vetten aantoonde met een andere analysemethode.
De Douanekamer oordeelde dat het onderzoek van het douanelaboratorium, uitgevoerd volgens erkende methoden en bevestigd door triglyceridenanalyse, als grondslag voor de tariefindeling geldt. De resultaten van het externe instituut konden de geldigheid van deze verificatie niet ondermijnen. Belanghebbende voerde aan dat de methode van het douanelaboratorium niet gestandaardiseerd was en dat de motivering van het besluit onvoldoende was, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Douanekamer concludeerde dat er geen reden was om aan het onderzoek te twijfelen en dat de inspecteur niet in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur had gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de indeling van de goederen onder tariefpost 0402 2199 bevestigd.