ECLI:NL:GHAMS:2002:AO5353
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- J.W.M. Tijnagel
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van navordering douanerechten via één uitnodiging tot betaling ondanks afwijking Douaneregeling
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de inspecteur bevoegd was om douanerechten na te vorderen door middel van één uitnodiging tot betaling die betrekking had op meerdere aangiften ten invoer over de jaren 1996 en 1997. Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde aan dat deze werkwijze niet in overeenstemming was met artikel 109 van Pro de Douaneregeling en dat zij daardoor in haar verweer werd geschaad.
De inspecteur had na controle vastgesteld dat de op de aangiften vermelde douanewaarde niet overeenkwam met de werkelijke waarde, wat leidde tot correcties en een uitnodiging tot betaling van in totaal f 37.070,83. De resultaten van de controle waren besproken met belanghebbende en haar adviseurs, waarbij specificaties per aangifte waren verstrekt.
Het hof overwoog dat hoewel de werkwijze niet strikt voldeed aan de toen geldende tekst van artikel 109 van Pro de Douaneregeling, deze praktijk wel rechtvaardig was vanwege de administratieve doelmatigheid en dat belanghebbende niet in haar verweer was geschaad omdat zij de controlebevindingen en specificaties had ontvangen en kon laten toetsen door haar adviseurs.
De motivering van de uitnodiging tot betaling voldeed aan de eisen van de Algemene wet bestuursrecht, en het beroep werd ongegrond verklaard. De Douanekamer handhaafde daarmee de uitnodiging tot betaling en verwierp het bezwaar van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitnodiging tot betaling tot navordering van douanerechten wordt gehandhaafd.