ECLI:NL:GHAMS:2002:AO2650
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- J.J.A.M. Kennis
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navordering douanerechten wegens toepassing 5%-regel bij actieve veredeling rijst
Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft in de periode van december 1994 tot juni 1997 onder de regeling actieve veredeling aangiften gedaan voor langkorrelige gedopte rijst met toepassing van een 5%-regel. Deze regel hield in dat bij uitvoer van volwitte rijst met meer dan 5% breukrijst slechts een gewichtsaandeel van 5% breukrijst werd geaccepteerd als uitvoer van volwitte rijst. De inspecteur heeft deze praktijk voorafgaand aan mei 1997 met instemming toegepast.
Na een controle en overleg met het Ministerie van Landbouw werd in mei 1997 besloten de toepassing van de 5%-regel te staken en belanghebbende gewezen op de juiste verantwoordingsmethode. Vervolgens heeft de inspecteur in december 1997 een uitnodiging tot betaling van douanerechten en compenserende interesten verstuurd wegens vermeende onjuiste toepassing van de 5%-regel.
Belanghebbende voerde aan dat zij te goeder trouw handelde en de vergissing van de inspecteur niet redelijkerwijs kon ontdekken. Het Gerechtshof oordeelt dat artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het Communautair Douanewetboek (CDW) aan de navordering in de weg staat, omdat belanghebbende niet kon worden verweten de vergissing te hebben ontdekt en zij aan alle voorschriften inzake douaneaangifte heeft voldaan.
De Douanekamer vernietigt daarom de navordering van de douanerechten en compenserende interesten en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. Tevens wordt belanghebbende het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De navordering van douanerechten en compenserende interesten wordt vernietigd wegens toepassing van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, CDW en te goeder trouw handelen van belanghebbende.