ECLI:NL:GHAMS:2002:AN9957
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- H.J. Bokhorst
- J.J.A.M. Kennis
- Rechtspraak.nl
Rechtsvraag over intrekking bindende tariefinlichtingen binnen geldigheidsperiode
Belanghebbende, een rechtspersoon naar Cypriotisch recht, ontving bindende tariefinlichtingen voor diverse producten met toegevoegde kristalsuiker, die door de douaneautoriteiten waren ingedeeld onder specifieke tariefposten van het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT). De inspecteur trok deze tariefinlichtingen in op grond van artikel 9, lid 1, van het Communautair Douanewetboek (CDW), omdat hij van mening was dat de indeling niet meer overeenkwam met de juiste tariefpost.
Belanghebbende betwistte de intrekking en stelde dat artikel 9 CDW Pro geen grondslag biedt voor intrekking binnen de geldigheidsperiode van zes jaar, tenzij aan de voorwaarden van artikel 8 CDW Pro niet wordt voldaan. De inspecteur voerde aan dat de voorwaarde van overeenstemming tussen goederenomschrijving en tariefpost een geldige reden is voor intrekking, ook bij gewijzigde interpretatie.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de douaneautoriteiten een bindende tariefinlichting mogen intrekken binnen zes jaar wanneer zij hun standpunt over de toepasselijke tariefpost wijzigen. Het Gerechtshof Amsterdam ziet aanleiding om het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing te verzoeken en schorst de procedure totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De procedure is geschorst en de beslissing aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie.