ECLI:NL:GHAMS:2002:AF7660
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Den Boer
- Van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verliesbeschikking en toepassing foutenleer bij liquidatieverlies deelneming
Belanghebbende, houdstermaatschappij van een concern, betwist de vaststelling van het verlies over 1995 door de inspecteur. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de inspecteur het in 1982 ten onrechte als verlies aangemerkte bedrag van f 1.184.400 via de foutenleer mag verrekenen met het liquidatieverlies van 1995. Daarnaast staat de vraag centraal of een verliesbeschikking op het aanslagbiljet moet worden vermeld en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
Het Hof stelt vast dat de verliesbeschikking voor 1995, hoewel ad nihil vastgesteld, rechtsgeldig is ook zonder expliciete vermelding op het aanslagbiljet. De brief van de inspecteur van 16 januari 2001 is geen nieuwe verliesbeschikking maar een ambtshalve nadere vaststelling die niet voor bezwaar vatbaar is. De inspecteur had het bezwaar van belanghebbende daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren.
Inhoudelijk oordeelt het Hof dat de foutenleer niet kan worden toegepast om het liquidatieverlies te verminderen met het foutief aangegeven verlies uit 1982, omdat dit verlies reeds als verdampt moet worden beschouwd. Het compromis tussen partijen hield rekening met de verrekening van verliezen, waarbij het foutieve verlies is begrepen in het verdampte deel. Belanghebbende krijgt daarom gelijk en het verlies wordt vastgesteld op f 6.059.800.
Ten aanzien van de proceskosten veroordeelt het Hof de inspecteur tot vergoeding van een forfaitair bedrag voor de kosten van rechtsbijstand, waarbij een hogere vergoeding wordt afgewezen wegens het niet kansloze standpunt van de inspecteur. Ook wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het verlies over 1995 wordt vastgesteld op f 6.059.800 en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.