ECLI:NL:GHAMS:2002:AF3791
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- De Winter
- Verspyck Mijnssen
- Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen en deelname aan criminele organisatie voor opzetheling van geld
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van opzetheling van door misdrijf verkregen geld en deelname aan een criminele organisatie. De feiten vonden plaats tussen 1 januari 1999 en 4 februari 2001, waarbij de verdachte samen met haar echtgenoot en zoon betrokken was bij het wisselen, verpakken en vervoeren van grote geldbedragen afkomstig uit drugshandel.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder nietigheid van de dagvaarding, strijd met het gelijkheidsbeginsel vanwege het niet vervolgen van de zoon, en bewijsuitsluiting wegens het ontbreken van een tolk bij het politieverhoor van de zoon. Het hof verwierp deze verweren, onder meer omdat de dagvaarding voldoende duidelijk was, de rol van de verdachte verschilde van die van haar zoon, en de zoon de Nederlandse taal voldoende beheerste.
Het hof stelde vast dat de verdachte een coördinerende en uitvoerende rol had binnen de organisatie, onder meer door het regelen van reizen, bagage en beloningen voor geldkoeriers. De criminele organisatie opereerde professioneel in Nederland en Zuid-Amerika. De verdachte handelde uit financieel gewin en profiteerde van de drugshandel.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het oordeel betrof, verklaarde de tenlasteleggingen onder 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen, en veroordeelde haar tot 54 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 54 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van opzetheling en deelname aan criminele organisatie.