ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2979
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Goes
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende heeft recht op teruggaaf vermogensbelasting 2000 op grond van vertrouwensbeginsel
Belanghebbende diende een verzoek in tot teruggaaf van vermogensbelasting over het jaar 2000, gebaseerd op een negatieve belastbare inkomenspositie en de zogenaamde anti-cumulatieregel. De inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerechtshof Amsterdam.
In het geding kwam aan de orde of het verzoek van belanghebbende tijdig en ontvankelijk was ingediend, en of hij op basis van artikel 14, vijfde lid, van de Wet op de vermogensbelasting 1964 dan wel het vertrouwensbeginsel recht had op teruggaaf. Het Hof oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en dat het bezwaarschrift tegen de afwijzing ontvankelijk was.
Juridisch stelde het Hof vast dat de verliescompensatieregeling in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 niet toestaat dat een negatief belastbaar inkomen ontstaat door verrekening van verliezen, noch dat verliezen van belanghebbende worden verrekend met het positieve inkomen van zijn echtgenote. Desondanks had de inspecteur in eerdere jaren (1997 en 1998) onjuiste berekeningen gemaakt, maar toch de vermogensbelasting teruggegeven.
Het Hof achtte aannemelijk dat de inspecteur deze verzoeken bewust had beoordeeld en daarmee bij belanghebbende het vertrouwen had gewekt dat soortgelijke verzoeken in de toekomst eveneens zouden worden gehonoreerd. Gelet op dit vertrouwensbeginsel en de gelijke feiten en berekeningen in het onderhavige verzoek, oordeelde het Hof dat belanghebbende recht heeft op volledige teruggaaf van de vermogensbelasting 2000. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur vernietigd.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt volledige teruggaaf van de vermogensbelasting 2000 op grond van het vertrouwensbeginsel.