ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2752
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag wegens vermomd dividend bij verkoop waardeloze vordering aan eigen vennootschap
Belanghebbende, advocaat en enig aandeelhouder van Mr D BV, verkocht een vordering van circa ƒ 300.000 aan zijn vennootschap. De inspecteur stelde dat de vordering op dat moment nihil waard was en legde een navorderingsaanslag met een belastingverhoging op wegens vermomd dividend.
Het Hof oordeelde dat R, de debiteur van de vordering, niet kredietwaardig was en dat de waarde van de vordering nihil of nagenoeg nihil was. Er was geen bewijs dat R de vordering erkende of dat enige betaling had plaatsgevonden. Pogingen tot inning en executoriale verkoop waren vruchteloos gebleven.
Belanghebbende kon geen overtuigend tegenbewijs leveren en stelde dat de waarde van ƒ 300.000 juist was, maar het Hof achtte dit ongeloofwaardig gezien de omstandigheden en het ontbreken van een deskundig waarderingsonderzoek.
Het Hof concludeerde dat de verkoop een bevoordeling van belanghebbende als aandeelhouder inhield en dat zowel belanghebbende als de vennootschap zich hiervan bewust waren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, evenals het verweer dat er geen opzet was. De verhoging van 50% was derhalve terecht opgelegd.
Het Hof wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten, gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag met een verhoging van 50% wordt gehandhaafd.