ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2751
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verkrijgingsprijs aandelen na geruisloze inbreng aannemingsbedrijf
Belanghebbende bracht per 1 januari 2000 zijn aannemingsbedrijf, een vennootschap onder firma (VOF), geruisloos in een besloten vennootschap (BV) in. De inspecteur stelde de verkrijgingsprijs van de aandelen in de BV vast op ƒ 288.000, waarbij slechts een beperkte goodwill werd erkend. Belanghebbende stelde dat de goodwill aanzienlijk hoger was en berekende deze op ƒ 600.000.
Het geschil betrof de hoogte van de overdraagbare goodwill. Het Hof beoordeelde de winstcapaciteit van de onderneming op basis van de winsten over 1998 tot en met 2000, corrigeerde voor een reële arbeidsbeloning en rente over geïnvesteerd vermogen en stelde de goodwill vast op drie maal de gemiddelde jaarwinst na aftrek van deze posten. Gezien de korte bestaansperiode en aard van de onderneming werd de overdraagbare goodwill op 50% van dit bedrag gesteld.
Het Hof oordeelde dat de goodwill niet volledig persoonlijk van aard was en dat een deel daarvan overdraagbaar was. De inspecteur werd veroordeeld tot het nemen van een nieuwe beschikking waarbij de verkrijgingsprijs werd vastgesteld op basis van een goodwill van ƒ 150.000. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende.
De uitspraak bevestigt dat bij geruisloze inbreng van een onderneming de goodwill zorgvuldig moet worden vastgesteld, rekening houdend met persoonlijke factoren en de overdraagbaarheid daarvan.
Uitkomst: De verkrijgingsprijs van de aandelen is vastgesteld op basis van een overdraagbare goodwill van ƒ 150.000.