ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2412
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Van Loon
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaste inrichting en omkering bewijslast in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een aanslag vennootschapsbelasting 1992 van ƒ 2.000.000, opgelegd door de inspecteur en gehandhaafd na bezwaar. Kern van het geschil is of belanghebbende een vaste inrichting in Nederland heeft en de omvang van de belastbare winst.
De inspecteur stelde dat belanghebbende onvoldoende medewerking verleende door niet tijdig de gevraagde jaarstukken en informatie te verstrekken, waaronder een gedetailleerde balans, winst- en verliesrekening en gegevens over de activiteiten en werknemers in Nederland. Hierdoor werd de omkering van de bewijslast toegepast conform artikel 25, zesde lid, AWR.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de vragen onredelijk waren, dat de inspecteur pas laat een beroep deed op het niet doen van de vereiste aangifte en dat de omkering niet terecht was. Het hof verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de inspecteur de belangen redelijk heeft afgewogen en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar onderneming niet mede drijft met een vaste inrichting in Nederland.
Het hof bevestigde dat de inspecteur de aanslag in redelijkheid kon opleggen en handhaven, dat de activiteiten in Nederland substantieel zijn en dat de winst van ƒ 2.000.000 niet onjuist is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag vennootschapsbelasting van ƒ 2.000.000.