ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2201
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Van Loon
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaste inrichting en navorderingsaanslag vennootschapsbelasting belanghebbende in Nederland
Belanghebbende, een Zwitserse vennootschap, maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 1990-1994, opgelegd wegens het aannemen van een vaste inrichting in Nederland. De inspecteur stelde dat belanghebbende via een vaste inrichting in Nederland technische en marketingactiviteiten verricht die niet als ondersteunend kwalificeren, en dat de winst van deze vaste inrichting op ƒ 2.000.000 werd vastgesteld.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende daadwerkelijk een vaste inrichting in Nederland heeft en of de omkering van de bewijslast terecht is toegepast vanwege het niet tijdig beantwoorden van vragen van de inspecteur. Belanghebbende voerde aan dat haar activiteiten beperkt waren tot ondersteunende werkzaamheden en dat de winstberekening op cost-plusbasis moest plaatsvinden. Tevens stelde zij dat er geen nieuw feit was voor navordering.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur terecht de omkering van de bewijslast toepaste omdat belanghebbende niet binnen de gestelde termijnen de gevraagde informatie verstrekte. Tevens was het standpunt van de inspecteur dat belanghebbende een vaste inrichting in Nederland had, gegrond op feiten en omstandigheden, waaronder de aanwezigheid van personeel dat productontwikkeling en prijsbepaling in Nederland verrichtte. De winstvaststelling van ƒ 2.000.000 werd niet als willekeurig beoordeeld. De stelling van belanghebbende dat geen nieuw feit bestond, werd verworpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd.