ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2188
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Kostense
- Hartman
- Rechtspraak.nl
Voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 1998 onterecht gehandhaafd ondanks eerdere vermindering naar nihil
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 1998, oorspronkelijk vastgesteld op ƒ 107.000. Na bezwaar werd deze aanslag door de inspecteur gehandhaafd, ondanks dat de aanslag later bij beschikkingen van 15 oktober 1999 en 15 mei 2000 was verminderd tot respectievelijk ƒ 32.705 en nihil.
Het Hof constateert dat de inspecteur het bezwaar ten onrechte heeft afgewezen door geen rekening te houden met de latere beschikkingen waarin de aanslag was verminderd. Omdat de aanslag al naar nihil was teruggebracht, gaat het Hof voorbij aan de inhoudelijke grieven van belanghebbende.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende vanaf 1 januari 1998 vrijgesteld was van vennootschapsbelasting op grond van artikel 5, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet vanwege het aandeelhouderschap in een andere vennootschap, waardoor de belastingplicht blijft bestaan.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de inspecteur en handhaaft de voorlopige aanslag zoals deze bij beschikking van 15 mei 2000 op nihil is vastgesteld. Tevens veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd gedaan op 3 december 2002 door het Gerechtshof Amsterdam, Eerste Meervoudige Belastingkamer.
Uitkomst: De uitspraak van de inspecteur wordt vernietigd en de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 1998 wordt gehandhaafd op nihil.