ECLI:NL:GHAMS:2002:AF1514
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Smit
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 1993 en 1994 betreffende omwisseling inleggelden OPG
Belanghebbende, een apotheker, bracht zijn apotheek in 1994 in een commanditaire vennootschap in en wisselde in 1993 en 1994 inleggelden in de Onderlinge Pharmaceutische Groothandel (OPG) om in certificaten van aandelen. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op voor de jaren 1993 en 1994, omdat hij meende dat de voordelen uit deze omwisselingen als winst uit onderneming moesten worden belast.
Het geschil betrof de vraag of de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen beschikte over een nieuw feit als bedoeld in artikel 16, eerste lid, AWR. Voor 1993 oordeelde het hof dat de inspecteur door een notitie van juli 1996 over de fiscale behandeling van participaties OPG een nieuw feit had ontvangen, dat rechtvaardigde dat de navorderingsaanslag gehandhaafd bleef.
Voor 1994 stelde het hof vast dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag niet bekend was met het relevante renseignement dat pas in juli 1996 werd ontvangen. Hoewel een boekenonderzoek was aangekondigd, werd dit niet afgewacht. Hierdoor was sprake van een ambtelijk verzuim dat het opleggen van de navorderingsaanslag 1994 in de weg stond, zodat deze aanslag werd vernietigd.
Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende en wees het beroep gegrond voor 1994 en ongegrond voor 1993.
Uitkomst: Navorderingsaanslag 1993 gehandhaafd wegens nieuw feit; navorderingsaanslag 1994 vernietigd wegens ambtelijk verzuim.