ECLI:NL:GHAMS:2002:AF1232
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting intracommunautaire leveringen
Belanghebbende voerde beroep aan tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode maart tot en met december 1999, opgelegd door de inspecteur. De naheffingsaanslag betrof omzetbelasting die volgens de inspecteur ten onrechte tegen het nultarief was toegepast op intracommunautaire leveringen.
Tijdens het geding werd onder meer besproken of belanghebbende de door G B.V. aan H in rekening gebrachte omzetbelasting als voorbelasting kon aftrekken en of de intracommunautaire leveringen terecht tegen het nultarief waren belast. Belanghebbende had verklaringen overgelegd volgens het model van Mededeling 38, ondanks dat deze achteraf waren opgemaakt en kleine gebreken vertoonden. De inspecteur betwistte de bewijskracht van deze verklaringen.
Het hof oordeelde dat de bewijslast voor het nultarief op belanghebbende rust, maar dat verklaringen volgens Mededeling 38 wel als bewijsmateriaal kunnen dienen, ook als ze achteraf zijn opgemaakt. Kleine gebreken in de verklaringen vormden geen beletsel voor toepassing van het nultarief. Het hof concludeerde dat belanghebbende heeft voldaan aan de bewijslast en dat de naheffingsaanslag dienovereenkomstig moet worden verminderd. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot ƒ 1.921,32.