ECLI:NL:GHAMS:2002:AF0425
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Kentekenhouder aansprakelijk voor parkeerbelasting ondanks feitelijk gebruik door ander
De zaak betreft een geschil over naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd aan belanghebbende, die als kentekenhouder van een bedrijfsauto stond ingeschreven, terwijl de feitelijke gebruiker een ander was. Belanghebbende had het kenteken op zijn naam laten zetten als vriendendienst, met het doel een parkeervergunning te verkrijgen, maar deze poging mislukte. De auto werd vervolgens door een derde gebruikt zonder dat belanghebbende hiervan op de hoogte was.
De kern van het geschil was of belanghebbende als kentekenhouder aansprakelijk kon worden gehouden voor de parkeerbelasting, ondanks dat hij de auto niet zelf gebruikte. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 225, vijfde lid, van de Gemeentewet en de parlementaire geschiedenis daarvan, de kentekenhouder in beginsel belastingplichtig blijft wanneer het gebruik door een ander met toestemming plaatsvindt. Belanghebbende had geen vrijwaringsbewijs overgelegd en kon niet aannemelijk maken dat hij redelijkerwijs het gebruik door derden had kunnen voorkomen.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat belanghebbende als kentekenhouder aansprakelijk is voor de naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en hij blijft als kentekenhouder aansprakelijk.