ECLI:NL:GHAMS:2002:AE9149
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Van Rijn
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling successierecht voor lijfrenten onder oud IB-regime; helft premies aftrekbaar
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het beroep van de erfgenamen van een overleden man tegen een uitspraak van de Belastingdienst inzake successierechten. De kern van het geschil betrof de vraag of lijfrenten die onder het oude IB-regime vielen, vrijgesteld zijn van successierecht en welk percentage van de betaalde premies in aftrek kan worden gebracht.
De lijfrenten waren afgesloten vóór de wetswijziging van 1 januari 1992 (de Brede Herwaardering). Het hof stelde vast dat de wetgever bewust heeft gekozen alleen lijfrenten die voldoen aan het nieuwe regime van artikel 45 Wet Pro IB vrij te stellen van successierecht. De oude lijfrenten vallen hier niet onder en zijn dus belast.
Daarnaast werd geoordeeld dat op grond van de huwelijkse voorwaarden en de verklaring van de notaris slechts 50% van de premies ten laste van de echtgenote is gekomen en daarom ook slechts 50% van de premies in aftrek kan worden gebracht. De stelling van de erfgenamen dat 100% aftrekbaar zou zijn, werd verworpen.
Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde de aanslag voor de echtgenote bij tot een lagere verkrijging, handhaafde de aanslagen voor de kinderen, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Lijfrenten onder het oude IB-regime zijn niet vrijgesteld van successierecht en slechts 50% van de premies is aftrekbaar.