ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8228
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Goes
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt binnenlandse belastingplicht en vermindert boete in complexe belastingzaak
Belanghebbende betwistte dat hij in 1989 Nederland metterwoon had verlaten en dat hij daarmee niet langer binnenlands belastingplichtig was. Het hof stelde vast dat belanghebbende weliswaar in Luxemburg woonruimte had en daar van tijd tot tijd verbleef, maar dat dit niet betekende dat hij Nederland definitief had verlaten. Diverse bewijsstukken, waaronder verklaringen van vrienden, getuigenverklaringen en administratieve gegevens, wezen erop dat belanghebbende in Nederland bleef wonen.
De inspecteur had een navorderingsaanslag opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van bijna drie miljoen gulden, inclusief inkomsten uit internationale handel en verhuur. Belanghebbende had de vereiste aangifte niet tijdig ingediend. Het hof oordeelde dat de inspecteur de aanslag in redelijkheid had vastgesteld, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanslag te hoog was.
Belanghebbende was strafrechtelijk veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van aangifte over latere jaren, wat mede de hoogte van de boete beïnvloedde. Het hof vond de termijn van bijna 7,5 jaar tot definitieve strafoplegging te lang en matigde daarom de boete met 25%. Het beroep werd deels gegrond verklaard, waarbij de navorderingsaanslag werd verminderd en de boete verlaagd.
De zaak bevatte uitgebreide bewijsvoering over woonplaatsen, zakelijke activiteiten, bankgegevens en getuigenverklaringen. Het hof benadrukte dat het middelpunt van levensbelangen van belanghebbende in Nederland bleef, ondanks zijn verblijf in Luxemburg. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Navorderingsaanslag bevestigd met vermindering van de boete met 25% wegens termijnoverschrijding.