ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8223
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsrente over voorlopige aanslag inkomstenbelasting Goodwillfonds huisartsen
Belanghebbende, een huisarts, had in 2000 een aanspraak op het Goodwillfonds voor Huisartsen die in 2001 deels werd uitgekeerd. Op grond van een overeenkomst tussen de staatssecretaris en de LHV behoort deze aanspraak tot het inkomen van 2000. De inspecteur legde op 5 april 2001 een voorlopige aanslag op en bracht heffingsrente in rekening.
Belanghebbende betwistte de heffingsrente en voerde aan dat deze onrechtvaardig was omdat de aanslag later dan strikt noodzakelijk werd opgelegd en de Belastingdienst over de periode een rentenadeel had geleden. Tevens stelde hij dat de overeenkomst met de LHV niet voorzag in heffingsrente en dat de Belastingdienst dubbel rentevoordeel behaalde.
Het Hof stelde vast dat de voorlopige aanslag terecht was berekend en dat de heffingsrente conform de wettelijke bepalingen was vastgesteld. De inspecteur was niet verplicht de aanslag eerder op te leggen en de heffingsrente is geen boete maar een vergoeding voor het rentenadeel van de staat. Het Hof oordeelde dat de Belastingdienst geen onredelijke vertraging had veroorzaakt en dat de overeenkomst geen uitsluiting van heffingsrente bevatte.
Daarom verklaarde het Hof het beroep ongegrond en bevestigde dat de heffingsrente terecht in rekening was gebracht. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffingsrente over de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2000 wordt ongegrond verklaard en de heffingsrente van ƒ 1.630 is terecht in rekening gebracht.