ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8119
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Van Lingen
- J. Brilman
- R. Rang
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in beklag tegen niet-vervolging wegens valsheid in geschrift
Het beklag betreft de beslissing van de officier van justitie te Haarlem om de vennootschappen Hollandsche Beton- en Waterbouw B.V., Strukton Betonbouw B.V. en Kombinatie Schiphol Spoortunnel v.o.f. elk een transactie van één miljoen gulden aan te bieden ter voorkoming van strafvervolging wegens valsheid in geschrift.
De feiten betreffen een project waarbij subsidies van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat aan de Nederlandse Spoorwegen werden verstrekt voor de verbreding van de Schipholtunnel. Uit een KPMG-onderzoek bleek dat Kombinatie Schiphol Spoortunnel v.o.f. circa 58 miljoen gulden meer winst boekte dan voorzien, waarvan circa 29 miljoen gulden via gefingeerde facturen aan de vennoten werd toegerekend. De FIOD stelde vast dat voor een deel van drie miljoen gulden geen tegenprestatie bestond, hetgeen valsheid in geschrift opleverde.
Na terugbetaling van twintig miljoen gulden aan onterecht ontvangen subsidie, bood de officier van justitie de betrokken vennootschappen de mogelijkheid om elk een transactie van één miljoen gulden te betalen om strafvervolging te voorkomen.
Klager, in zijn hoedanigheid van belastingbetaler en lid van de Tweede Kamer, diende een beklag in tegen deze niet-vervolgingsbeslissing. Het hof oordeelt dat klager niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt omdat hij slechts het algemene belang behartigt en geen bijzonder belang heeft dat hem bepaaldelijk raakt.
Daarom verklaart het hof klager niet-ontvankelijk in zijn beklag. Tegen deze beschikking is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tegen de niet-vervolgingsbeslissing wegens valsheid in geschrift.