ECLI:NL:GHAMS:2002:AE6639
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Van Rijn
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep wegens onjuiste vergelijkingsobjecten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking waarbij de waarde van haar woning was vastgesteld op €156.554. Zij voerde aan dat de vergelijkingsobjecten onjuist waren en dat de waarde te hoog was vastgesteld. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan motivering. Het Hof oordeelde dat belanghebbende wel had voldaan aan het motiveringsvereiste en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
Het Hof stelde vast dat de vergelijkingsmethode, met name de 'methode homogene groepen', conform de wet was toegepast, maar dat de motivering van verweerder summier en deels onjuist was. De WOZ-waarde werd daarom verminderd tot €139.000, een waarde die gebaseerd was op vergelijkbare woningen in dezelfde wijk met gelijke kenmerken.
Verder verwierp het Hof het beroep van belanghebbende op eerdere WOZ-waarden en algemene marktontwikkelingen, en oordeelde dat verweerder niet onzorgvuldig had gehandeld in de bezwaarfase. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, het bezwaar ontvankelijk verklaard en de WOZ-waarde verminderd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof vermindert de WOZ-waarde van de woning tot €139.000 en verklaart het bezwaar ontvankelijk.