ECLI:NL:GHAMS:2002:AE6613
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale behandeling variabele koopsom bij aandelenoverdracht en deelnemingsvrijstelling
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kocht in 1993 aandelen in HB B.V. tegen een koopsom die deels afhankelijk was van toekomstige winsten van de deelneming. De koopsom werd deels betaald en deels als schuld aangehouden, die moest worden voldaan uit de winsten van HB B.V. over de jaren 1993 tot en met 1999. In 1998 werd een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij een deel van de schuld werd kwijtgescholden. Belanghebbende bracht deze kwijtschelding in mindering op de verkrijgingsprijs van de aandelen en zag dit niet als belastbare winst.
De inspecteur stelde dat de waardeveranderingen van de schuld die afhankelijk zijn van toekomstige winsten niet als vrijgesteld dividend kunnen worden beschouwd en dat de vrijval van de schuld belastbaar is. Het hof oordeelde dat bij een variabele koopsom de omvang van het winstafhankelijke deel van de koopsom op het moment van ontstaan moet worden geschat. Waardeveranderingen na dat moment behoren tot de belastbare winst. De kwijtschelding in 1998 is aldus belastbaar. De deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing omdat de regeling pas per 1 januari 2002 is aangepast en er geen vaststellingsovereenkomst bestond zoals vereist.
Belanghebbende kon geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel of op een gelijke fiscale behandeling als de verkoper. Ook het subsidiaire standpunt over een lagere waarde van de betalingsverplichting werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft in stand.