ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5683
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Dutmer
- J. van der Ouderaa
- J. Kostense
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens niet-onderbouwde vervangingsreserve en omkering bewijslast
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een vervangingsreserve gevormd naar aanleiding van de verkoop van onroerende zaken in 1996. De inspecteur stelde vragen over de aard van de panden en het vervangingsvoornemen, die niet of onvoldoende werden beantwoord. Hierdoor werd de omkering van de bewijslast van toepassing verklaard, waarbij belanghebbende moest aantonen dat de panden als bedrijfsmiddel werden beschouwd en dat er een reëel vervangingsvoornemen bestond.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet in staat was dit bewijs te leveren. De inspecteur had de aanslag vennootschapsbelasting vastgesteld op een belastbaar bedrag van ƒ 620.990, maar gaf toe dat dit abusievelijk was en dat de juiste aanslag ƒ 575.671 zou moeten bedragen. Het Hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, verminderd de aanslag tot dit juiste bedrag en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Daarnaast verwierp het Hof de stelling van belanghebbende dat sprake was van détournement de pouvoir door de inspecteur. De inspecteur had weliswaar kritiek geuit op de handelswijze van het concern, maar dit werd niet als machtsmisbruik aangemerkt. De procedure benadrukte het belang van het beantwoorden van concrete vragen van de inspecteur en de gevolgen van het niet naleven daarvan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag vennootschapsbelasting 1996 wordt verminderd tot ƒ 575.671 en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.