ECLI:NL:GHAMS:2002:AE3599
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Hartman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kosten van vervolging bij invordering belastingaanslagen ondanks uitstel betaling
Belanghebbende kreeg op 12 juli 2000 navorderings- en voorlopige aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een totaalbedrag van ƒ 723.036. Tegelijkertijd werden dwangbevelen betekend en werd uitstel van betaling verleend tot 15 september 2000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen en diende een gemotiveerd bezwaarschrift in op 4 oktober 2000, waarna geen uitstel meer werd verleend.
Op 6 december 2000 werden kosten van vervolging ter hoogte van ƒ 15.000 in rekening gebracht. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat hij niet in gebreke was op het moment van betekening van de dwangbevelen. Het hof oordeelde dat het relevant is of belanghebbende in gebreke was vóór het formeel in rekening brengen van de kosten, niet bij de betekening van de dwangbevelen.
Omdat belanghebbende vanaf 4 oktober 2000 de gelegenheid had de belasting te betalen en op 6 december 2000 nog geen betaling had verricht, was hij in gebreke. Het hof verwierp ook het bezwaar dat de ontvanger onzorgvuldig had gehandeld door niet zelf de voorlopige FIOD-rapportage te beoordelen. De kosten waren bovendien beperkt tot het maximumbedrag. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de in rekening gebrachte kosten van vervolging wordt ongegrond verklaard en de kosten blijven verschuldigd.