ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2622
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingaftrek projectrealisatiewinst na scheidsrechterlijk vonnis
Belanghebbende was betrokken bij een project in samenwerking met A BV, waarbij een geschil over de winstverdeling ontstond. Dit geschil werd beslecht door een scheidsrechterlijk vonnis dat bepaalde dat belanghebbende aan A BV een deel van de winst moest afdragen.
Belanghebbende voerde aan dat niet hij, maar A BV de gehele winst had ontvangen en dat daarom A BV aan hem diens aandeel moest afdragen. Hij bracht hiervoor echter geen bewijs aan. Het Hof gaat daarom uit van de juistheid van het scheidsrechterlijk vonnis.
De kern van het geschil betrof de vraag of het bedrag dat belanghebbende aan A BV moest betalen in mindering kon worden gebracht op zijn belastbare inkomen. Het Hof oordeelde dat omdat de projectwinst nooit in het belastbare inkomen van belanghebbende was opgenomen, het bedrag niet in mindering kon worden gebracht.
Daarnaast werd een bedrag aan meerwerkkosten besproken dat eveneens niet in mindering kon worden gebracht, tenzij de totale winst eerst was belast. Het Hof concludeerde dat de inspecteur het juiste standpunt had ingenomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de belastingaanslag blijft gehandhaafd.