ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2193
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- De Winter
- Verspyck Mijnssen
- Wiewel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf voor moord met terbeschikkingstelling en verpleging
De verdachte heeft op 22 februari 2000 in Oud-Zuilen zijn echtgenote opzettelijk en met voorbedachten rade met een mes meerdere keren gestoken, wat leidde tot haar overlijden. Hij had haar onder valse voorwendselen naar de echtelijke woning gelokt, waar hij haar in de tuin heeft gedood, terwijl hun dochter getuige was van de angst van haar moeder.
De rechtbank veroordeelde de verdachte aanvankelijk tot zes jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met verpleging. De officier van justitie ging in hoger beroep en eiste vijftien jaar gevangenisstraf. Het hof vernietigde het vonnis en oordeelde dat het feit wettig en overtuigend bewezen was als moord.
Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat de verdachte leed aan een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en borderline trekken, en een gestoorde agressieregulatie. Ten tijde van het feit was zijn geestvermogensontwikkeling zodanig gebrekkig dat het feit hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend. Het hof legde daarom een gevangenisstraf van tien jaar op, met terbeschikkingstelling en verpleging van overheidswege.
De kleding van het slachtoffer werd onttrokken aan het verkeer vanwege het bloed, terwijl de kleding van de verdachte werd teruggegeven. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf met terbeschikkingstelling en verpleging wegens moord.