ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2141
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkrijgings- en overdrachtsprijs aandelen bij bedrijfsopvolging en winst uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting 1996 waarin de winst uit aanmerkelijk belang werd vastgesteld op basis van een hogere overdrachtsprijs dan door haar opgegeven. De kern van het geschil betrof de vaststelling van de verkrijgingsprijs van de aandelen B die zij in 1987 verkreeg en in 1996 verkocht, en de waardering van de overdrachtsprijs bij verkoop.
Belanghebbende stelde dat de verkrijgingsprijs niet de nominale waarde van f 6.000 was, maar een hogere waarde van f 426.000, gebaseerd op intrinsieke en rendementswaarden, en dat zij niet gebonden was aan de overeenkomst van 2 oktober 1987. De inspecteur hield vast aan de nominale waarde als verkrijgingsprijs en stelde dat belanghebbende gebonden was aan de overeenkomst.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de verkrijgingsprijs onder niet normale omstandigheden was vastgesteld en dat de waarde van de aandelen B de nominale waarde vertegenwoordigde. Voor de overdrachtsprijs werd rekening gehouden met de vaste koopprijs van f 600.000 inclusief het recht op toekomstige opbrengsten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Proceskosten werden niet aan een partij opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Hof Amsterdam op 23 april 2002.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting bevestigd met verkrijgingsprijs op nominale waarde en overdrachtsprijs op f 600.000.