ECLI:NL:GHAMS:2002:AE1410
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Vrouwenvelder
- Rijkels
- Rechtspraak.nl
Belastingtarief bij verkoop aandelen en winst uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende kocht in 1990 een aanmerkelijk belang van 25% in B B.V. en verkocht deze aandelen in 1994 met een bate van ƒ 38.000. De inspecteur legde een aanslag op gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 275.000, waarbij de bate werd belast als reguliere inkomsten uit arbeid. Belanghebbende voerde aan dat de bate winst uit aanmerkelijk belang betrof en derhalve tegen het bijzondere tarief van 20% belast moest worden.
Het hof stelde vast dat de bate voldoet aan de definitie van winst uit aanmerkelijk belang volgens artikel 39 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De inspecteur stelde dat de bate ook als inkomsten uit arbeid kon worden aangemerkt, maar het hof oordeelde dat het voordeel uitsluitend tot de winst uit aanmerkelijk belang behoort, ook indien het volgens artikel 22 als Pro inkomsten uit arbeid zou gelden.
Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 237.309, waarvan ƒ 38.000 belast wordt tegen het bijzondere tarief van 20%. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wees het griffierecht toe. De uitspraak werd op 25 maart 2002 gedaan door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De bate uit de verkoop van aandelen B B.V. wordt belast als winst uit aanmerkelijk belang tegen het bijzondere tarief van 20%, met vermindering van de aanslag en toekenning van proceskosten.