ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0908
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winstneming en waardering vordering bij verkoop taxibedrijf
Belanghebbende deed voor 1998 aangifte van winst uit staking van een deel van zijn onderneming en bracht deze winst onder de vervangingsreserve. De feitelijke afwikkeling van de staking vond in 1999 plaats. De inspecteur belastte de winst volledig in 1998, waarna in de bezwaarfase het bijzondere tarief werd toegepast. In de beroepsfase wilde belanghebbende de winst alsnog in 1999 nemen, maar het hof oordeelde dat hij niet meer vrij was om terug te komen op zijn eerdere keuze.
Verder was in geschil of de vordering op koper A tot het ondernemingsvermogen behoorde en hoe deze gewaardeerd moest worden. Het hof stelde dat deze vraag niet relevant was voor de belastingheffing over 1998 en dat de vordering op nominale waarde moest worden gewaardeerd, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde lager was dan de nominale waarde.
Belanghebbende had slechts eenmaal een aanmaning verzonden en geen verdere incassomaatregelen getroffen. Het hof vond geen reden om partijen in de proceskosten te veroordelen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de winstneming in 1998 en waardering van de vordering op nominale waarde.