ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0626
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Coeterier
- Huijzer
- Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geen arbeidsovereenkomst tussen Elsevier en Blindenbach
Blindenbach vorderde loonbetalingen van Elsevier op grond van een arbeidsovereenkomst. De rechtbank had dit toegewezen, maar Elsevier ging in hoger beroep.
Het hof onderzocht of de rechtsverhouding een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht betrof. De partijen waren sinds 1970 verbonden en er was geen schriftelijke overeenkomst. De hof concludeerde dat aanvankelijk sprake was van een overeenkomst van opdracht vanwege de grote vrijheid van Blindenbach en het ontbreken van een minimum aantal uren of werkitems.
Hoewel Blindenbach stelde dat de uitvoering van het werk inmiddels een arbeidsovereenkomst rechtvaardigde, was het bewijs voor een gezagsverhouding onvoldoende eenduidig. De wijze van werken, afspraken over werkquota en de mogelijkheid om thuis te werken wezen juist op vrijheid. Het hof oordeelde dat nader onderzoek nodig is, wat niet mogelijk is in kort geding.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank voor zover het arbeidsovereenkomst aannam en wees de loonvorderingen af. De kosten van de procedure werden aan Blindenbach opgelegd.
Uitkomst: Het hof wijst de loonvorderingen af en vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het een arbeidsovereenkomst aannam.