ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0571
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Asperen
- De Winter
- Barbas
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van grote hoeveelheid cocaïne ondanks beroep op psychische overmacht
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk binnenbrengen van ongeveer 13.023,7 gram cocaïne in Nederland. Hij reisde vrijwillig naar Brazilië om geld af te leveren voor de vrijlating van twee personen die met drugs waren opgepakt, waarmee hij zich bewust inzette in het drugsmilieu. Tijdens het hoger beroep voerde hij psychische overmacht aan, omdat hij onder druk zou zijn gezet door een man die hem met een vuurwapen bedreigde.
Het hof verwierp het beroep op psychische overmacht, omdat de verdachte vrijwillig handelde en de aanmerkelijke kans aanvaardde om betrokken te raken bij drugssmokkel. Het bewijs was overtuigend dat hij de cocaïne had ingevoerd, maar andere tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard. De strafbaarheid van het feit en van de verdachte werd bevestigd.
Gezien de ernst van het feit, de grote hoeveelheid harddrugs en het gevaar voor de volksgezondheid, legde het hof een gevangenisstraf van 48 maanden op. Het hof hield rekening met het feit dat de verdachte in Nederland niet eerder was veroordeeld, maar wel in Groot-Brittannië met justitie in aanraking was geweest. Daarnaast werden bepaalde inbeslaggenomen goederen verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij de strafoplegging werd vastgesteld en de tijd in voorlopige hechtenis werd verrekend.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor invoer van ruim 13 kilogram cocaïne, beroep op psychische overmacht verworpen.