ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0307
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Onnes
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid navorderingsaanslag vermogensbelasting wegens ontbreken nieuw feit
Belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag vermogensbelasting 1991 opgelegd aan wijlen XY. De inspecteur stelde dat een nieuw feit aanwezig was, gebaseerd op renseignementen na onderzoek bij de CDK-Bank, waardoor navordering gerechtvaardigd was.
Het Hof stelde vast dat reeds in 1987 contracten en informatie over de spaarbiljetten bekend waren binnen de Belastingdienst, maar dat niet alle contracten correct waren gerenseigneerd. De inspecteur had bij het opleggen van de aanslag in 1993 moeten beseffen dat nader onderzoek nodig was, mede gelet op de expliciete vermelding van de spaarbiljetten in de aangifte.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur een ambtelijk verzuim beging door de aanslag zonder nader onderzoek vast te stellen en dat het vermeende nieuw feit niet aan de inspecteur kon worden toegerekend. Daarom was de navorderingsaanslag niet rechtsgeldig en werd deze vernietigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vermogensbelasting 1991 wordt vernietigd wegens ontbreken van een nieuw feit en ambtelijk verzuim.