ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0067
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Geen grond voor oplegging verzuimboete wegens tijdige verzending aangifte inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg uitstel tot 1 juni 2000 voor het doen van aangifte inkomstenbelasting 1998 en ontving op 24 juni 2000 een aanmaning met een termijn van tien werkdagen om de aangifte alsnog in te dienen. Belanghebbende verzond de aangifte op 6 of 7 juli 2000, welke op 12 juli 2000 door de Belastingdienst werd ontvangen. De inspecteur legde een boete op wegens vermeend te late indiening.
Het Hof oordeelt dat onder 'toezenden' in de wet het verzenden per post valt, en dat de tiende werkdag na de aanmaning 7 juli 2000 was, zodat belanghebbende tijdig heeft gehandeld. De ontvangsttheorie van de inspecteur wordt verworpen ten gunste van de verzendtheorie.
Daarmee is geen sprake van verzuim en is de boete onterecht opgelegd. Het Hof vernietigt de boetebeschikking en de bestreden uitspraak, en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig doen van aangifte wordt vernietigd omdat de aangifte tijdig ter post is bezorgd.