ECLI:NL:GHAMS:2002:AD8712
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- IJland- van Veen
- Nijboer
- Houben
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en vrijspraak wegens onvoldoende bewijs en geen ernstige procesrechtelijke schendingen
In deze strafzaak tegen verdachte heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank te Haarlem van 23 februari 2001 vernietigd. De raadsman van verdachte had meerdere onvolkomenheden in het opsporingsonderzoek aangevoerd, zoals het ontbreken van printgegevens, niet tijdige huiszoekingen, onvoldoende onderzoek in Suriname en onvolledige toevoeging van telefoontaps en verhoren aan het dossier.
Hoewel het hof erkent dat het onderzoek onvolkomenheden vertoonde, acht het deze niet ernstig genoeg om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van grove veronachtzaming van de belangen van verdachte of een schending van het recht op een eerlijke behandeling.
Ten aanzien van de bewijslevering stelt het hof vast dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen. Op basis hiervan spreekt het hof verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en heft het het bevel tot voorlopige hechtenis op. Het arrest is gewezen door de zevende meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 29 januari 2002.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en spreekt verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.