ECLI:NL:GHAMS:2001:AO1544
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- Th.J.G. van Berkum
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing douanerechten wegens onvoldoende bewijs bestemming ingevoerde staalkabels
Belanghebbende, een handelsmaatschappij voor scheepsbenodigdheden, beschikte over een vergunning bijzondere bestemmingen waarmee goederen met volledige schorsing van douanerechten konden worden ingevoerd voor scheepsbouw en onderhoud. De inspecteur stelde een controle in over de periode 1994-1997 en constateerde verschillen tussen de administratie van belanghebbende en de douanevoorraad, alsmede het ontbreken van bewijs dat de ingevoerde goederen daadwerkelijk de bijzondere bestemming hadden bereikt.
Belanghebbende voerde aan dat het volgen van de bestemming ook met alternatieve bewijsstukken dan voorgeschreven mogelijk moest zijn, zoals kopieën van uitvoeraangiften en vrachtbrieven. De inspecteur stelde dat de vergunning voorschrijft dat bewijs moet worden geleverd via afgetekende controle-exemplaren T5 en formulieren Ex-3, en dat de administratie van belanghebbende onvoldoende aansluit.
De Tariefcommissie oordeelde dat ongeacht de discussie over alternatieve bewijsstukken, belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de goederen die met het controle-exemplaar T5 waren ingevoerd, dezelfde waren als de overgelegde stukken. Daarom was de heffing van de douanerechten terecht. De commissie wees ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel af en bevestigde de uitspraak van de inspecteur zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Tariefcommissie bevestigt de heffing van douanerechten wegens onvoldoende bewijs dat de goederen de bijzondere bestemming hebben bereikt.