ECLI:NL:GHAMS:2001:AL1798
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- K. Kooijman
- Th.J.G. van Berkum
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Nederlandse inning douanerechten bij communautair douanevervoer
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen een uitnodiging tot betaling van douanerechten door de Nederlandse douane voor een zending jeans bestemd voor Frankrijk. De zending was niet op het Franse kantoor van bestemming aangebracht en de douane had een kennisgeving verzonden waarin belanghebbende drie maanden kreeg om bewijs te leveren van de regelmatigheid van het communautair douanevervoer.
De inspecteur ging echter vóór het verstrijken van deze termijn over tot inning van de douanerechten, terwijl op dat moment nog geen bewijs was geleverd dat de onregelmatigheid in Nederland was begaan. Volgens het Hof van Justitie en het toepasselijke communautaire douanewetboek was in dat geval alleen de douane van het land waar de onregelmatigheid plaatsvond bevoegd tot heffing en inning.
Het gerechtshof vernietigde daarom de uitnodiging tot betaling en de uitspraak van de inspecteur, en oordeelde dat de Nederlandse douane niet geldig bevoegd was tot inning. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van termijnen en bevoegdheden binnen het communautair douanevervoer en de bescherming van de rechten van belanghebbenden bij douaneprocedures.
Uitkomst: De uitnodiging tot betaling van douanerechten door de Nederlandse douane is vernietigd wegens gebrek aan bevoegdheid tot inning.