ECLI:NL:GHAMS:2001:AK8306
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering douanerechten wegens onttrekking goederen aan douanetoezicht
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde sigaretten onder de regeling extern communautair douanevervoer van Dordrecht naar een adres in Nederland, met uiteindelijke bestemming Slowakije. De goederen zijn afgeleverd op het adres van de geadresseerde, die niet beschikte over een vergunning als toegelaten geadresseerde. De douane constateerde dat de goederen niet bij het douanekantoor van bestemming waren aangebracht, wat verplicht is volgens het Communautair Douanewetboek (CDW).
De inspecteur stelde daarom een uitnodiging tot betaling van douanerechten op, welke belanghebbende betwistte. Belanghebbende voerde aan dat de goederen en het document T1 hun bestemming hadden bereikt en dat de kennisgeving van niet-zuivering te laat was gedaan, wat strijdig zou zijn met redelijkheid en billijkheid.
De Tariefcommissie oordeelde dat de regeling extern communautair douanevervoer pas is nagekomen wanneer de goederen samen met de vereiste documenten bij de douane op het kantoor van bestemming worden aangebracht. Omdat dit niet was gebeurd en de geadresseerde niet over de vereiste vergunning beschikte, waren de goederen aan het douanetoezicht onttrokken. De kennisgeving was tijdig verzonden en de douane was bevoegd tot invordering van de rechten bij invoer. De commissie bevestigde daarom de uitspraak van de inspecteur en wees het beroep af.
Uitkomst: De Tariefcommissie bevestigt de invordering van douanerechten omdat de goederen niet bij het douanekantoor van bestemming zijn aangebracht.