ECLI:NL:GHAMS:2001:AJ0464
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- Th.J.G. van Berkum
- C.W.M. van Ballegooijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navordering douanerechten wegens ongeldig verklaarde certificaten van oorsprong uit Bangladesh
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de navordering van douanerechten centraal, waarbij belanghebbende A B.V. bezwaar maakt tegen een uitnodiging tot betaling van f 424.912,20. De zaak betreft invoeraangiften van beddelinnen die als afkomstig uit Bangladesh werden aangegeven met certificaten van oorsprong formulier A. Uit onderzoek blijkt dat de goederen feitelijk in Karachi, Pakistan, zijn geladen en dat de certificaten zijn afgegeven op basis van valse gegevens.
Belanghebbende voert aan dat zij als direct vertegenwoordiger niet zelf aansprakelijk is, dat de uitnodiging tot betaling per aangifte had moeten plaatsvinden, en dat de certificaten geldig zijn. Tevens beroept zij zich op een vergissing van de Bengaalse autoriteiten en op een toezegging van de FIOD dat geen nadelige gevolgen zouden volgen. De inspecteur betwist deze stellingen en stelt dat de certificaten terecht ongeldig zijn verklaard en dat de navordering rechtsgeldig is.
De Tariefcommissie oordeelt dat belanghebbende voor eigen naam en rekening heeft gehandeld, dat een uitnodiging tot betaling betrekking mag hebben op meerdere aangiften, en dat de certificaten terecht ongeldig zijn verklaard op basis van onderzoek van de Bengaalse autoriteiten en de Europese Commissie. Het beroep op vergissing wordt verworpen omdat geen sprake is van een actieve gedraging van de autoriteiten die tot een vergissing leidt. Ook het beroep op billijkheid en de toezegging van de FIOD worden afgewezen. De motivering van de navordering is voldoende en de Tariefcommissie bevestigt de uitspraak van de inspecteur.
Uitkomst: De navordering van douanerechten wordt bevestigd en het beroep van belanghebbende wordt afgewezen.